Veelgestelde vragen en antwoorden

In het Milieuthermometerschema zijn de eisen zo helder en kort mogelijk omschreven. Door het korter karakter zijn ze soms op meerdere manieren te interpreteren. Op deze pagina geven we antwoorden op de meest gestelde vragen. Ook kunt u de ? [.pdf] raadplegen.

Kunt u uw vraag niet terugvinden in de onderstaande lijst? Neem dan contact met ons op! We beantwoorden uw vraag dan zo snel mogelijk en voegen hem aan deze pagina toe.

De vragen zijn ingedeeld in de thema’s die ook in de Milieuthermometer voorkomen, in dezelfde volgorde:

  1. Algemeen
  2. Milieu- en Energiemanagement
  3. Energie
  4. Water
  5. Lucht
  6. Afval
  7. Hinder
  8. Gevaarlijke stoffen
  9. Catering en voeding
  10. Reiniging
  11. Schoon en Zuinig Vervoer
  12. Inkoopbeleid
  13. Vastgoed
  14. Groenbeheer
  15. Papier
  16. Textiel

ALGEMEEN

Hoeveel extra punten heb ik nodig bij het behalen van brons, zilver en goud?

  • Brons: 15 extra (Zorginstelling), 18 extra (Ziekenhuis), +3 extra (>10 ha groen)
  • Zilver: 20 extra(Zorginstelling), 23 extra(Ziekenhuis), +3 extra(>10 ha groen)
  • Goud: 25 extra(Zorginstelling), 28 extra(Ziekenhuis), +3 extra(>10 ha groen)

Let op, sinds januari 2017 is het niet meer toegestaan om chemisch onkruidbestrijdingsmiddel te gebruiken en haal je hierdoor automatisch al één extra. Zie voor meer informatie het ?.

Extra punten of niet van toepassing?

Voorbeeld: Onze instelling heeft geen open koelsystemen. Koelwaterbeheer of –behandeling is niet van toepassing. Kunnen we, aangezien we chemievrij werken, toch extra punten krijgen voor eis 9.6 Koelwater behandeling?

Als er geen koelwaterbehandeling is dan is de eis niet van toepassing. Je krijgt dan geen extra punten. Dit geldt overigens voor alle eisen die niet van toepassing zijn in de organisatie.

Eis 1.1: Hoe weet ik aan welke wetgeving ik moet voldoen?

Ziekenhuizen kunnen via de AIM-online kun je online de Activiteiten Internet Module doorlopen. Hierna krijg je een overzicht van de voor jou van toepassing zijnde wetgeving. Dit hangt onder andere af van de klimaatinstallaties en de hoogte van uw energieverbruik. Voor zorginstellingen uit de care heeft Mpz een beknopt overzicht.

Eisen 1.10 en 1.12: Wat houdt openbaar maken van stukken in?

Stukken moeten voor iedereen te vinden zijn. Publiceren van de documenten of een link naar de documenten op de website volstaat.

Eis 1.5: Als ik begin aan nieuwbouw, hoe neem ik duurzaamheid dan het best mee?

Gebruik Kansen bij Verkassen. Deze milieuwijzer geeft inzicht in kansen voor duurzaamheid en kostenbesparing. De website kan ook gebruikt worden bij renovatie of een verbouwing. Zie: http://www.kansenbijverkassen.nl/.

MILIEU- EN ENERGIEMANAGEMENT

Eisen 1.4, 7.6 en 11.1: Hoe uitgebreid moeten het milieubeleidsplan, schoonmaakplan en het afvalpreventieplan zijn?

Voor het behalen van het keurmerk hoeven geen grote uitgewerkte plannen opgesteld te worden. Het gaat erom dat belangrijke aanpassingen/veranderingen op papier staan. Voor een beleidsplan volstaan 1 tot 2 A4-tjes. Voor de schoonmaak- en afvalpreventieplannen volstaan enkele A4-tjes per plan voor de care. Voor ziekenhuizen speelt meer en is een passend plan uitgebreider.

Eis 1.9: Wat zijn de eisen aan een milieucoördinator, moet speciaal iemand aangenomen worden?

Nee, deze persoon mag al in dienst zijn bij uw bedrijf. Een gediplomeerd persoon is niet verplicht. Kennis mag de persoon in de praktijk opdoen.
Wel moeten in zijn/haar functieomschrijving de taken van een milieucoördinator opgenomen zijn. Dit is in ieder geval: het zijn van een centraal aanspreekpunt voor milieu- en energiezaken als taak en verantwoordelijkheid is vastgelegd. Bekijk ook de Functieomschrijving Milieucoordinator (beschikbaar voor MPZ-leden na inloggen en voor Green Deal deelnemers op aanvraag).

Eis 1.9: We hebben geen milieucoördinator. Kunnen we een medewerker opleiden?

Opleidingen tot milieucoördinator zijn er verschillende. Het volgen van deze opleiding door de medewerker die milieucoördinator wordt is niet verplicht, maar wel heel leerzaam. Volg deze opleiding bijvoorbeeld via:

Eis 1.2: Wat zijn de ingrediënten voor een goed milieubeleid?

De belangrijkste milieu uitdagingen voor de aankomende jaren wordt beschreven. Hiervoor worden doelen gesteld. De volgende aspecten worden ten minste meegenomen:

  • Aanleiding tot het opstellen van dit document
  • Onze doelstellingen voor duurzaamheid en milieu
  • Resultaten van onze nulmeting / huidige stand van zaken
  • Werkwijze om dit beleid uit te voeren
  • Speerpunten
  • Financiële aspecten van dit beleid

Voor MPZ-leden zijn voorbeeld beleidsdocumenten beschikbaar via de kennisbank op de website. Zo ook: Format beleidsnota duurzaamheid.

Eis 1.6: Hoe stel ik een CO2-footprint op en wat heb ik daarvoor nodig?

U stelt een CO2-footprint op door het effect van uw instelling op verschillende milieuthema’s uit te drukken in CO2-uitstoot. Hiervoor zijn de omrekeningsfactoren terug te vinden via: www.co2emissiefactoren.nl. Voor het opstellen van een CO¬2-footprint kunt zijn ook online tools beschikbaar. Een voorbeeld hiervan is de Milieubarometer, wordt veel gebruikt in de zorg. U vult uw gegevens over energie, water, afval, emissies, transport in. Na het invullen van uw gegevens krijgt u direct een milieuscore, kostengrafiek, CO2-footprint, efficiency-indicatoren en een selectie van besparingstips voor zorginstellingen. MPZ biedt haar leden een gratis startabonnement op de Milieubarometer aan. Zie hiervoor: https://www.milieubarometer.nl/gratis-startabonnement/.

Eis 1.13: Hoe communiceer ik met mijn medewerkers, bewoners en bezoekers over duurzaamheid?

Door middel van bijeenkomsten, social media, nieuwsbrieven etc. Dit kan geïntegreerd worden in bestaande werkoverleggen en bijeenkomsten met stakeholders. Voor de keuring en controle is het handig de communicatie-uitingen te verzamelen.

Eis 1.15: Hoe realiseer ik acties voor personeel thuis?

Voorbeelden zijn:

  • Geef een LED lamp of energiemeter cadeau in het kerstpakket;
  • Houd wedstrijden, bijvoorbeeld: welke afdeling heeft het minste papierafval of kan in één maand de meeste energie besparen?;
  • Bied PV-panelen (met korting) aan;
  • Stimuleer elektrische fietsen via het bestaande fietsenplan. Stimuleren kan door (tijdelijk) elektrische fietsen aan te bieden voor proefritten.

Eis 1.2: Ik wil geen duurzaamheidsbeleid maar een breder MVO-beleid. Hoe begin ik?

Bekijk daarvoor het MPZ Format MVO-Duurzaamheid (beschikbaar voor MPZ-leden na inloggen en voor Green Deal deelnemers op aanvraag).

Onze instelling zet graag een stagiair(e) in. Hoe formuleer ik de opdracht?

Zie daarvoor het Format (afstudeer-) stageopdracht implementatie Milieuthermometer (beschikbaar voor MPZ-leden na inloggen en voor Green Deal deelnemers op aanvraag).

Eis 1.14: Hoe verduurzaam ik mijn LTOP of MJOP?

Floris Blom heeft voor Milieu Platform Zorgsector onderzoek uitgevoerd hoe zorginstellingen duurzaamheidsmaatregelen kunnen implementeren in het MJOP (meerjaren onderhoudsplan). Hiervoor zijn 4 zorginstellingen als casus gebruikt. Onderstaande documenten zijn de samenvatting hiervan, een format om zelf een businesscase te maken wanneer u het MJOP actualiseert en een overzicht van maatregelen (met name uit de Milieuthermometer) waar het om gaat:
Samenvatting afstudeeronderzoek Floris Blom 2017 duurzaam MJOP
Duurzaamheidsmaatregelen Milieuthermometer tbv MJOP
Template Businesscase tbv MJOP

De documenten zijn beschikbaar voor MPZ-leden na inloggen en voor Green Deal deelnemers op aanvraag.

ENERGIE

Eisen 2.1, 2.2 en 2.7: Onze instelling is gevestigd in nieuwbouw, maar we weten niet zeker of we voldoen aan deze eisen. Hoe komen we er achter of we voldoen?

Energiemaatregelen 2.1, 2.2 en 2.7 zijn ook onderdeel van het bouwbesluit. Is de instelling gevestigd in een pand dat gebouwd is na 2003, dan voldoet u automatisch.

Wat als ik dit jaar geen budget heb voor bijvoorbeeld een HR-ketel?

Stel zwart op wit vast dat u binnen twee jaar de HR-ketel aanschaft en neem dit op in het lange termijn onderhoudsplan. Dit is bij de keuring voldoende. Bij de tweede hercontrole moet deze maatregel dan gerealiseerd zijn om het certificaat te behouden.

Eis 2.6: Waarom moet groene stroom Milieukeur hebben?

Er bestaat veel groene ‘sjoemel’ stroom. Met sjoemelstroom wordt bedoeld dat de groene stroom (certificaten) uit het buitenland, voornamelijk uit Noorse waterkracht niet leiden tot “extra” groene stroomproductie, omdat deze centrales al jaren bestaan. Bij groene stroom met Milieukeur is de oorsprong en opwekking gecontroleerd en aangetoond dat het gaat om “extra” groene stroom. Behalve met het Milieukeur kan goede groene stroom ook aangetoond worden met garanties van oorsprong (GvO’s) van elektriciteit opgewekt in Nederland.

Eis 1.8: Wanneer moet een instelling een energiebesparingsplan hebben?

Deze eis is verplicht voor ziekenhuizen en extra voor overige zorginstellingen. Het energiebesparingsplan mag maximaal 4 jaar oud zijn. Een goedgekeurd EEP voor MJA Energie 3 voldoet ook.

Het keurmerk Milieuthermometer Zorg geeft vrijstelling voor handhaving voor het thema energie uit het Activiteitenbesluit en de EED rapportageplicht bij de meeste omgevingsdiensten. Zorginstellingen hoeven hierdoor geen energie-audit uit te laten voeren als zij met de Milieuthermometer werken. Zie voor meer informatie EED: www.rvo.nl/EED en scrol naar de Milieuthermometer.
Ook het voornemen om met de Milieuthermometer aan de slag te gaan is voor de meeste omgevingsdiensten goed.

Wanneer zorginstellingen een energiebesparingsplan maken moet dit minimaal de volgende onderdelen bevatten:

  • Uitgebreide energieanalyse, dus de “monitoringsgegevens energie” betreffen minimaal elektriciteitsverbruik op maandbasis en gasverbruik op jaarbasis van meerdere jaren (dus geen ontlasting t.o.v. ziekenhuizen op dit punt!)
  • Voor de “inventarisatie bronnen van energiegebruik” mag gebruik gemaakt worden van de energiebalans van TNO. Deze wordt ook gebruikt in de formats voor de verplichte energie-audits specifiek voor de zorg.
  • Bij de “analyse van alle potentiële verbetermogelijkheden” moeten minimaal de maatregelen van de “Maatregelenlijst EED zorg voor kleine en grote vestigingen” beoordeeld worden. Daarin zijn ook het eerste deel van de Erkende Maatregelen opgenomen. MPZ heeft praktische documenten ontwikkelt om te voldoen aan de EED. Deze vindt u via: milieuplatformzorg.nl/bibliotheek/wetgeving/eed/.

Let op! Sinds juli 2017 en januari 2018 zijn er aanvullende Erkende Maatregelen en omdat eis 1.8 schrijft: “dit bevat … ook de “erkende maatregelen…”, moeten ook deze beoordeeld worden. Deze zijn te vinden via: https://www.infomil.nl/zorg

Hoe herken ik spouwmuurisolatie?

Er werd gebouwd met spouwmuren zonder isolatie tussen 1930 en 1975. Is uw pand in deze periode gebouwd, dan is de kans heel groot dat u een spouwmuur heeft. Spouwmuurisolatie is aan de buitenkant nauwelijks te zien. Soms zijn dichtgemaakte gaten in de voegen te ontdekken. Dit duidt op naïsolatie. Als niet bekend is of de spouw nageïsoleerd is, kunt u ervan uitgaan dat dit niet het geval is.

Wat is het verschil tussen WKK en WKO?

Een WKK is een Warmte Kracht Koppeling installatie. Dit is een lokale energie-installatie waar met een gasmotor of gasturbine en een generator elektriciteit wordt opgewekt en waarvan de warmte wordt gebruikt voor het verwarmen van een gebouw. Meestal is warmte het uitgangspunt voor het operationeel gebruik en de opgewekte elektriciteit het bijproduct wat ook nuttig gebruikt kan worden.
Een WKO is een Warmte Koude Opslag. Hierin wordt ’s zomers warmte (warm water 25 °C) opgeslagen in de bodem en koude (koud water 10 °C) onttrokken uit de bodem. ’s Winters gebeurt het omgekeerde. Met een warmtepomp wordt de warmte opgewaardeerd (van 25 °C naar 40 °C) en gebruikt voor verwarming van het pand.

Wel koudeopslag maar geen WKO-installatie?

Onze instelling heeft geen WKO-installatie maar maakt wel gebruik van koudeopslag in oppervlaktewater voor de koeling. voldoet dat voor eis 2.1.2.4.?

Ja, ook als er alleen koudeopslag is voldoet de instelling aan deze eis.

Hoe kan ik voordeliger zelf duurzame energie opwekken?

Er zijn drie landelijke subsidies beschikbaar voor duurzame energie, waar zorginstellingen gebruik van kunnen maken:

In enkele gemeenten en provincies zijn er investeringsfondsen waar tegen zeer lage rente geleend kan worden voor duurzame investeringen.

Waarom mag niet meer dan 50% van het warm water met een stoomketel geproduceerd worden?

Eis 2.1.2.9. geeft aan dat stoomketels voor warmwaterproductie alleen toegestaan zijn indien minimaal 50% van de voor warmwaterproductie benodigde warmte door stadsverwarming wordt geleverd of door andere restwarmte, bijvoorbeeld van de WKK.

Stoomketels zijn inefficiënt voor productie van lagere temperaturen, zo ook voor productie van warm tapwater. Het loont om warm tapwaterproductie af te koppelen van de stoomketel en te regelen met HR-boilers eventueel in combinatie met zonneboilers, restwarmte of stadsverwarming. Meer toelichting in cijfers vind je via de maatregelbeschrijving over stoom. Voor de Milieuthermometer voldoet het als er een plan is om warm tapwater binnen 2 jaar van de stoomgenerator af te koppelen.

Wat moet ik doen als de huurder geen informatie geeft in het kader van de lijst met vervangingsinvesteringen?

De zorginstelling moet tenminste aantoonbare inspanningen hebben verricht richting de verhuurder om de gegevens te krijgen. Dit is aantoonbaar door correspondentie tussen beide partijen te laten zien aan de auditor. Daarnaast kan het zijn dat de huurder eigenaar is van bepaalde installaties en apparaten die onder dit criterium vallen. Daar is de huurder / zorginstelling uiteraard zelf verantwoordelijk voor en die gegevens moeten er dan sowieso zijn.

WATER

Hoe kom ik achter het debiet van de douches en kranen?

Het debiet van een kraan of douche is de hoeveelheid water per minuut die eruit stroomt. Dit is bekend per type kraan. In geval van oude kranen kunt u dit zelf meten met een doorstroommeter of een emmer en een stopwatch.

Veel tappunten en geen watermeter?

Onze instelling voldoet niet aan eis 3.1 We hebben geen gekalibreerde watermeter en ongeveer 6700 tappunten. Verspreid over die tappunten maken we gebruik van 10 type kranen. Volstaat het als we enkele kranen per type gaan meten?

Ja, een steekproef bij enkele kranen van ieder type voldoet.

LUCHT

6.2 Wat moet ik doen als ik nog wel HCFK’s, zoals R22, gebruik als koudemiddel?

U mag het middel niet meer bijvullen, dit is wettelijk verboden. R22 is schadelijk voor het milieu. Het tast de ozonlaag aan. U mag het middel in de koelinstallatie laten zitten, zolang de installatie niet lekt. U kunt R22 beter vervangen, zodat u geen risico loopt op lekken en het milieu niet onnodig schaadt. Er zijn twee alternatieven:

  1. Vervangen door HFK’s, dit zijn net als HCFK’s synthetische koudemiddelen. Ze hebben geen effect op de ozonlaag, maar wel een zeer sterk broeikaseffect (124 tot 22.800 maal groter dan het broeikaseffect van CO2).
  2. Als de hele installatie vernieuwd moet worden: vervangen door natuurlijke koudemiddelen. Deze koudemiddelen komen van nature voor in het milieu. Voorbeelden zijn CO2, ammoniak en koolwaterstoffen. De middelen hebben nauwelijks effect op het milieu. Wel moeten er aak extra veiligheidseisen worden getroffen, omdat de middelen bij inademing giftig zijn of verstikking veroorzaken.


Bij natuurlijke koudemiddelen vindt geen uitfasering plaats. Bij HFK’s is dat wel het geval, waardoor ze steeds schaarser zullen worden. Zie voor meer informatie http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/ner/ozon-gassen/koudemiddelen/.

6.4 Koudemiddelen inzicht in verlies: geldt de eis van 1% van de inhoud van de afzonderlijke koelinstallaties of de som van alle verliezen?

De 1% eis geldt per installatie. De eis geldt alleen voor grotere installaties vanaf een minimum aan koudemiddel van 3 kilogram. De kleinere (en meeste) koelkasten en vriezers vallen niet onder de eis.
Wanneer er in de installatie meer dan 1% lekkage is geweest, moet onderzocht worden wat de oorzaak is en hoe dit in de toekomst voorkomen wordt.

6.3. Wanneer zijn natuurlijke koudemiddelen interessant?

Wanneer de installatie aan vervanging toe is, is het raadzaam om een installatie met natuurlijke koudemiddelen te overwegen. Vanwege de veiligheidsrisico’s van deze middelen gelden bij vervanging de volgende richtlijnen (voor gebouwkoeling):

  • Kies voor een installatie met CO2 als de ruimte beperkt is. CO2 vereist leidingen met dikkere wanden en een kleinere diameter, door de hoge druk die op dit systeem staat. Het systeem is wel compacter, waardoor het minder ruimte inneemt.
  • Ammoniak (NH3) is giftig en vereist dus veiligheidsmaatregelen tegen lekken. Lekdichte ammoniaksystemen zijn voldoende beschikbaar. Dit systeem is wel wat groter dan een vergelijkbare installatie met CO2.
  • Er zijn ook NH3/CO2 systemen beschikbaar. Deze hebben een hoger vermogen dan CO2-systemen (maar lager dan NH3-systemen) en zijn veiliger dan NH3-systemen.
  • Kies voor propaan bij systemen < 25 kg koudemiddel. Propaan (en isobutaan) is explosief. In kleine systemen is dit geen probleem. Bij grote systemen (>25 kg koudemiddel) moeten veiligheidsmaatregelen getroffen worden of kan gekozen worden voor een cascadesysteem. Dit is een systeem waarin meerdere koelunits in serie geschakeld zijn. Hierdoor is het koelmiddel verdeeld over verschillende locaties, wat de benodigde veiligheidsmaatregelen beperkt.

Zie voor meer informatie de maatregel natuurlijke koudemiddelen voor gebouwkoeling in de maatregelenmodule op deze website.

6.5 Hoe weet ik of ik een goede Low Nox brander in de cv heb?

Alle ketels (en noodstroomaggregaten) moeten voldoen aan NOx emissie-eisen.

  • Aardgas gestookte ketels met een nominaal vermogen minder dan 400 kW vallen onder de werkingssfeer van de Europese verordening Ecodesign. Dat betekent dat ze bij aanschaf en installatie voldoen aan de op dat moment geldende eisen. Na ingebruikname moeten de ketels blijven voldoen aan de emissie-eisen zoals die golden toen de ketel werd geïnstalleerd.
  • Voor aardgasketels >400kW moet bij installatie aangetoond zijn dat de ketel voldoet aan de emissie-eis die past bij de grootte van die ketel. Hiervoor wordt dan een ‘Eerste Bijzondere Inspectie’ uitgevoerd waarbij de emissies worden gemeten. Ook hiervoor geldt dat in principe de emissie-eisen blijven gelden zoals die golden bij installatie tenzij het bevoegd gezag nadere eisen stelt. (Dit zullen ze praktisch alleen doen als het een bijzondere installatie betreft.)
  • De emissie-eisen zijn en worden in de loop der jaren aangepast. Als bij een meting blijkt dat een oude ketel niet meer kan voldoen aan de geldende emissie-eisen zal de brander (of hele ketel) te zijner tijd vervangen moeten worden. Dit blijkt bij het vierjaarlijks laten opstellen van een SCIOS rapport (zie volgende punt). Voor de nieuwste emissie-eisen is een overgangstermijn vastgesteld: Installaties tot 5 MW (=5000 kW) moeten uiterlijk 1 januari 2030 voldoen.
  • Ook noodstroomaggregaten moeten aan actuele emissie-eisen voldoen tenzij ze minder dan 500 uur per jaar draaien, dan hoeven ze alleen te voldoen aan de specificaties van het noodaggregaat. Om <500 uur aan te tonen moet het aggregaat een urenteller hebben die maandelijks wordt afgelezen.
  • Voor verwarmingsinstallaties > 100 kW is het verplicht (staat in het activiteitenbesluit) om een keer per vier jaar een meetrapport op te laten stellen door een SCIOS inspecteur waarbij de efficiency en emissies van de verbrandingsinstallatie worden gemeten. Dit geldt ook als meerdere kleinere ketels op één schoorsteen een gezamenlijk vermogen hebben >100 kW. De SCIOS keuringsplicht geldt ook voor noodstroomaggregaten en andere verbrandingsinstallaties.

Acties:

  • Informeer bij de installateur of de aanwezige ketel(s) al voldoen aan de nieuwste emissie-eisen. Zo niet, dan zal de brander/ketel voor 2030 vervangen moeten worden en kun je dit in het MJOP opnemen.
  • Hebben jullie ketels en/of een noodstroomaggregaat met een vermogen hoger dan 100kW ga dan na of er een SCIOS rapport (of ander meetrapport) <4 jaar is. Zo niet regel dan een SCIOS inspectie.

Waar let een handhaver op:

  • Op de aanwezigheid van actuele (minder dan 4 jaar oude) SCIOS rapporten.

AFVAL

Hoe maak ik een afvalpreventieplan?

Volg daarvoor het MPZ Format afvalpreventieplan (beschikbaar voor MPZ-leden na inloggen en voor Green Deal deelnemers op aanvraag).

Wat als de eisen van de Milieuthermometer conflicterend zijn met de eisen van het waterschap?

De eisen voor groenafval zijn in sommige regio’s conflicterend met eisen van waterschap en/of gemeente. In dat geval hoeven de eisen in het schema niet gevolgd te worden.

Wat moet ik doen als ik incontinentie materiaal apart wil laten verwerken?

Momenteel (2018) is het nog niet mogelijk incontinentiemateriaal apart te verwerken. Er lopen wel twee pilots bij fabrieken in Amsterdam en Nijmegen. In het najaar wordt bekend of deze pilots op het gebied van duurzaamheid succesvol zijn. MPZ houdt u hierover op de hoogte via de nieuwsbrief. Heeft u aparte inzameling, dan kunt u dit zo laten, zodat u voorbereid bent op apart verwerken in de toekomst. Heeft u deze inzameling niet, dan heeft het voorlopig geen zin om dit op te zetten.

Wat is een vakbekwame persoon om een afvalpreventieplan te maken?

De milieucoördinator, hoofd facilitair of vergelijkbaar: iemand die zich 1 jaar of langer bezig houdt met afvalinzameling binnen uw zorginstelling. Daarnaast is het raadzaam om een verantwoordelijke van uw afvalinzamelaar in te schakelen bij het opstellen van afvalpreventieplan.

Hoe werk je aan preventie van swill?

Preventie van swill hangt nauw samen met het voorkomen van voedselverspilling. Steeds meer instellingen weten de omvang van voedselresten terug te dringen van 30-40% naar 10-20%. Dit kan door:

  • Op de dag zelf de maaltijdbehoefte op te nemen, zodat er niet te veel gekookt wordt;
  • Meerdere soorten grootte porties aanbieden, zodat iedere bewoner zelf kan kiezen hoeveel hij/zij wil eten;
  • Te werken met ingevroren maaltijden of ingrediënten, die op de dag zelf naar behoefte ontdooit kunnen worden;
  • Keuze aan te bieden in de tijd van de warme maaltijd, ’s middags of ’s avonds. Keuzevrijheid in de tijd van de warme maaltijd leidt in de praktijk tot minder restjes.

Waarom moet plastic folie apart worden ingezameld?

Plastic folie is goed recyclebaar en kan in het magazijn apart ingezameld worden. In overleg met de afvalinzamelaar kan dit apart of samen met het papierafval ingezameld en gerecycled worden. Wordt folie samen met overig plasticafval ingezameld, dan is het lastig na te scheiden en is het hergebruik minder goed mogelijk.

Hoe kan ik overig kunststof apart inzamelen?

Dit kan gescheiden worden aangeboden aan de inzamelaar. De kosten hiervoor verschillen erg per afvalinzamelaar. De kunststofprijs ligt momenteel erg laag, waardoor de inzamel- en verwerkingskosten nauwelijks/niet opwegen tegen de opbrengst. Hierdoor rekenen sommige afvalinzamelaars een hoog tarief voor apart inzamelen van het kunststof verpakkingsafval.
Kan kunststof via de gemeente worden ingezameld (voor sommige zorginstellingen kan dat), dan is dat voordeliger, omdat het afval dan mee kan met stroom huishoudelijk kunststofafval. De verwerking van dit afval wordt gesubsidieerd door het Afvalfonds Verpakkingen.

HINDER

Gaat het om externe klachten van omwonenden over bijv. geluidshinder en dergelijke?

Hinder gaat zowel om klachten van omwonenden (bijvoorbeeld over geluidshinder) als interne klachten (van patiënten, medewerkers en bezoekers van patiënten).

GEVAARLIJKE STOFFEN

Wat is chemievrij koelwaterbeheersysteem?

Voorbeeld van Radboudumc: Waterbeheer met ozon bespaart veel voedingswater in vergelijking met de traditionele desinfectie met chemicaliën en daar is de winst al snel mee geboekt.
Maar ook de spuihoeveelheid wordt aanzienlijk verminderd. Bovendien hoeven er geen gevaarlijke chemicaliën opgeslagen te worden, waar medewerkers mee moeten sjouwen en die ook terug te vinden zijn in het water dat uiteindelijk geloosd wordt. Doordat het met ozon behandelde water schoon is, wordt ook op de kosten bij het waterschap bespaard.

CATERING EN VOEDING

Wat is agro-food?

Agro-food is al het eten dat uit de agrarische sector afkomstig is, ofwel groente en fruit.

Wat is duurzaam serviesgoed?

Servies met een lange levensduur, dus afwasbaar servies.

Catering met ISO 14.001 voldoende?

In onze instelling is patiëntenvoeding en het personeelsrestaurant in eigen beheer, dus niet uitbesteed. Wel is de publiekscatering (dus de koffiecorner en het bezoekersrestaurant) uitbesteed aan een externe cateraar. Deze cateraar heeft een milieumanagementsysteem, namelijk ISO 14001 (gecertificeerd). Voldoet onze instelling dan aan deze extra eis?

Dat de externe cateraar voldoet aan ISO 14.001 betekent voor jullie inderdaad een extra punt. De patiënten catering verduurzamen loopt vanzelf mee als jullie de betreffende eisen van de Milieuthermometer implementeren.

REINIGING

Wie is een vakbekwame adviseur voor het schoonmaakplan?

Een persoon die verantwoordelijkheid heeft m.b.t. de schoonmaak. Het mag een intern of extern persoon zijn. Wanneer schoonmaak wordt uitbesteed is de verantwoordelijke van het schoonmaakbedrijf een geschikte externe persoon om mee te denken over het schoonmaakplan.

Wat wordt bedoeld met het schoonmaakplan?

Een korte beschrijving of werkinstructie voldoet hier. Het gaat erom dat schoonmakers kennis nemen van de werkinstructie en bewust zijn van zuinig gebruik van schoonmaakmiddel en/of microvezeldoekjes gebruiken. Een voorbeeld is een korte werkinstructie op iedere schoonmaakkar of een duidelijk schoonmaakplan of stappenplan van één of twee A4 bij het schoonmaakbedrijf.

Waar is de ABM te vinden?

Die is te downloaden vanaf de website van Infomil of via deze link: ABM alg beoordelingsmethodiek 2016 IenM.

SCHOON EN ZUINIG VERVOER

Hoe borg ik maatregelen zoals teleconferencing en carpoolen?

Leg afspraken hierover en richtlijnen vast.

Wanneer stimuleer ik OV en fiets genoeg?

  • Indien een fiets van de zaak wordt aangeboden;
  • Indien er een goede fietsenstalling aanwezig is;
  • Wanneer OV abonnementen worden aangeboden;
  • Wanneer er een pendeldienst naar een centrale OV-locatie wordt aangeboden.

Bij voorkeur voert u een combinatie van bovenstaande maatregelen uit.

INKOOPBELEID

Welke rol speelt inkoop in de Milieuthermometer?

Een deel van de eisen van de Milieuthermometer is gerelateerd aan productgroepen die u inkoopt. De Milieuthermometer vraagt om bij de inkoop van deze productgroepen milieu-eisen te stellen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën productgroepen:

  • Facilitaire producten waarvoor milieu-eisen zijn vastgelegd in de Milieuthermometer Zorg
  • Een selectie van facilitaire producten waarbij de PIANOo-criteria worden toegepast
  • Een lijst van medische elektrische apparatuur waarbij de EU-GPP-criteria worden toegepast

Bekijk het overzicht van productgroepen waarbij milieu-eisen moeten worden toegepast. Om MPZ-leden te faciliteren bij het stellen van milieu-eisen is de MPZ Duurzaam inkopen tool beschikbaar.

Vanaf niveau zilver vraagt de Milieuthermometer een inkoopbeleid waarin is vastgelegd dat u milieu-eisen toepast bij de inkoop van zowel facilitaire als medische producten. U kunt daarbij gebruik maken van de Inhoudsopgave duurzaam inkopen beleid (.docx).

VASTGOED

Hoe ziet een duurzaam vastgoedbeleid er uit?

Bekijk voor inspiratie het MPZ Format duurzaam vastgoedbeleid en Duurzaam Bouwen Beleid OLVG (DUBO)(beschikbaar voor MPZ-leden na inloggen en voor Green Deal deelnemers op aanvraag).

Gehuurde gebouwen?

In de eis staat: ‘bij het nieuw afsluiten van huurcontracten …’. Ons ziekenhuis heeft buitenpoli’s in nieuwe gebouwen, dus met energielabel A. Er zijn ook twee buitenpoli’s in relatief oude gebouwen met een lager energielabel. Voldoen we aan deze eis als het alleen maar gaat om het NIEUW afsluiten van huurcontracten en we dit aan kunnen tonen in een beleidsdocument of bepalingen in een huurcontract?

Als de huurcontracten nog lang lopen verwacht de certificeerder wel dat de instelling een poging doet om energiebesparende maatregelen te realiseren, bijvoorbeeld door overleg daarover met de pandeigenaar. Idealiter maak je de afspraak dat de eigenaar maatregelen uitvoert en dat deels in de huurprijs verrekent of dat jullie ze deels betalen en profiteren van besparing via servicekosten of de energierekening. Zie ook de suggesties op: http://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzame/energie/handreiking-erkende/huurder-verhuurder/ onder “Spit Incentives”. Je kunt uiteindelijk ook overwegen afspraken te maken over uitzonderen van de oude panden in de audit. Bijvoorbeeld als dit panden zijn die op termijn afgestoten worden.

Voldoet het DUBO keur voor schilderwerk?

Formeel gezien valt het Dubokeur niet onder type 1 van ISO 14024, maar belangrijke elementen van type 1 zijn wel door Dubokeur afgedekt. Het betreft een life cycle benadering, er wordt getoetst (niet helemaal duidelijk door wie) en is daarmee onafhankelijkheid ten opzichte van de certificaathouder, de criteria zijn (na opdrachtverstrekking) openbaar.

De afgelopen jaren zijn aan ziekenhuizen extra punten toegekend op basis van Dubokeur. De eis 2.1.14 stelt tenminste 50% van de uitgaven voor het binnenschilderwerk, etc. Voor Dubokeur is de eis 100%.

GROENBEHEER

De eisen over groenbeheer zijn deels verplicht voor instellingen met terreinen van meer dan 1 ha of meer dan 10 ha. Klopt dit wel?

Ja, er zijn verschillende eisen afhankelijk van de grootte van het terrein.

Gaat het om alléén groenterrein of ook inclusief verharding en bebouwing?

Het gaat alléén om het groenterrein waar geen bebouwing en verharding, zoals stoepen en parkeerplaatsen. Denk bijvoorbeeld aan grasvelden, perken, parken en vijvers/sloten met een groene wal. 10 ha. groen komt eigenlijk alleen voor bij grote GGZ-terreinen.

De leverancier heeft een informatieblad van strooizout toegestuurd. Hoe zie ik of het voldoet aan de Milieuthermometereis?

Dooimiddel moet voldoen aan de Standaard RAW bepalingen 50.46.01 of 50.46.02. Deze eis vraagt bepaalde percentages van NaCL, water en stelt eisen voor minimale massapercentages van verontreiniging. De volledige norm en toelichting vindt u via Pianoo.

PAPIER

Wat is voor eis 2.1.16. het verschil is tussen ‘Papierverbruik en huisstijl’ en ‘Papierverbruik en printers’? Beide eisen zijn uitgelegd in het dubbelzijdig printen en kopiëren.

Huisstijl zijn folders, brieven en facturen met het logo van de instelling, meestal voor extern gebruik. Papiergebruik en printers gaat over alles wat intern geprint wordt en meestal ook intern gebruikt, zoals vergaderstukken en e-mails.

TEXTIEL

Wasmachines bij externe reiniging

De eis over de reinigingsmachine bedraagt: ‘’Reinigingsmachines hebben energielabel A, zijn hotfill of semi-industrieel.’’ Ons ziekenhuis reinigt textiel extern. Zij geven aan state of art technologie in te zetten en rekening te houden met duurzaamheid en energiebesparing. Voldoen we daarmee aan de eis?

Externe wasserijen wassen standaard met industriële wasmachines. Als ze aangeven ook nog rekening te houden met duurzaamheid kunt u ervan uitgaan dat ze aan de Milieuthermometereisen voldoen. Deze eis is voornamelijk gericht op wasmachines binnen de instelling zelf.

Is Certerx normering en NEN 750 vergelijkbaar mer de criteria van EU ecolabel, Okotex, Fair Trade en Made by?

NEN750 en Certex zijn beiden kwaliteitskeurmerken. Ze zeggen niets over de milieu- of arbeidsomstandigheden waaronder de producten gemaakt zijn. De keurmerken zijn dus niet vergelijkbaar met de gevraagde keurmerken en er is niet voldaan aan de extra eis.

Kunnen we enkele wasmachines uitzonderen van eis 2.1.17.5.?

Binnen onze organisatie is er de regel dat een afdeling niet zelf een wasmachine mag hebben. Nu is er één uitzondering op deze regel en is er een afdeling die 2 kleine eigen wasmachines heeft. Deze zijn al zo oud dat er geen milieuklasse of iets dergelijks van bekend is. Indien vervanging plaatsvindt, zullen we kiezen voor een industrieel exemplaar of A-label. Er is echter niet bekend of dit binnen nu en 5 jaar nodig is, dus een vervangingsplan van maximaal vijf jaar oud is hier niet op van toepassing. Kunnen we ondanks deze machines toch aan de eis voor wasmachines voldoen?

Als de wasmachines weinig gebruikt worden, zal het geen probleem zijn bij de audit en kun je ze buiten beschouwing laten. Worden de wasmachines dagelijks gebruikt, dan is het wel beter en ook rendabel om de wasmachines snel te vervangen. De certificeerder zal in dat geval ook zeggen dat u de wasmachine binnen één jaar (voor de heraudit) moet vervangen.

Gaat ‘persoonsgebonden goed’ alleen om kleding of ook lakens, kussens, gordijnen, etc?

Die eis gaat over alles wat van de personen/bewoners zelf is en is dus vooral van toepassing in verpleeginstellingen waar kleding overblijft bij overlijden van bewoners. Dit dient gerecycled te worden. Sommige instellingen hebben zelf een kledingbak op het terrein staan, bijvoorbeeld van Leger des Heils. Bedrijfskleding wordt meestal afgevoerd via de leverancier. Dan is het voldoende als je weet hoe dat gebeurt (dat het wordt hergebruikt, niet verbrand).

Welke vragen moeten aan de leverancier gesteld worden?

Zie voor een voorbeeld de vragen die het OLVG aan haar leverancier stelde (incl. antwoorden): Duurzaamheidsvragen inkoop textiel.